Veelgestelde vragen

Hoe verloopt de intake voor gedragsbegeleiding?

Na onze kennismaking ontvang je van mij een uitgebreide vragenlijst via e-mail. Hierin vraag ik naar de geschiedenis, dagelijkse routines en de gezondheid van je hond. Door deze lijst vooraf in te vullen, verliezen we tijdens de intake van 90 minuten geen tijd en kunnen we direct aan de slag met de observatie en de eerste concrete trainingsstappen.

Mijn hond reageert heel heftig op vreemde mensen. Is privétraining aan huis dan wel verstandig?

Juist dan is privétraining een goede keuze. We beginnen altijd in een setting waarin jouw hond zich veilig voelt. Dit kan bijvoorbeeld een eerste ontmoeting op de stoep voor je deur zijn, of in het bos. Stap voor stap bouwen we de training verder op, helemaal aangepast aan het leertempo en de emotie van je hond.

Waarom trainen we bij verlatingsangst online en niet live aan huis?

Verlatingsangst vraagt om regelmatige en consistente training (5 dagen per week). Daarnaast verandert mijn aanwezigheid in huis de situatie. Door live op afstand mee te kijken via een camera en je direct via oordopjes te coachen, trainen we in de meest realistische setting zonder je hond extra stress te bezorgen.

Wat heb ik nodig voor de training?

Voor de reguliere trainingen heb je geen ingewikkelde materialen nodig. De basis is voldoende:

  • Een passend en comfortabel Y-tuig voor je hond
  • Een gewone vaste riem van minimaal 3 meter lang (geen uitrolriem)
  • Een heuptasje voor een goede belonings-timing
  • Heel veel super lekkere, kleine beloningsbrokjes en eventueel een leuk speeltje als je hond graag speelt


Voor de online coaching bij verlatingsangst maken we gebruik van digitale hulpmiddelen. Je hebt nodig:

  • Een smartphone en een stabiele internetverbinding
  • Een tweede apparaat zoals een tablet of laptop
  • Oordopjes zodat je mijn live instructies direct kunt horen
  • Een binnencamera die via een app verbinding maakt met je telefoon (nodig voor het zelfstandige deel van de training)

Waarom gebruiken we voertjes? Is een enthousiast "Goed zo!" niet genoeg?

Brokjes en speeltjes helpen ons om je hond duidelijk te maken wanneer hij iets goed doet. Een compliment is fijn, maar woorden krijgen voor een hond pas échte betekenis als er een tastbaar resultaat op volgt.

Als je “Goed zo!” zegt precies op het moment dat je hond iets goed doet en hem direct daarna een voertje geeft, investeer je in gedrag dat je in de toekomst vaker wilt zien. Zo vorm je dus de basis voor gewenst gedrag – en dat is precies wat we met training willen bereiken.

Het mooie is dat dit niet alleen tijdens de puppyperiode werkt. Gedrag blijft kneedbaar: dankzij de neuroplasticiteit van de hersenen kan je hond zijn hele leven lang blijven leren, ongeacht zijn leeftijd.

Niet alleen koekjes hebben een belangrijke betekenis voor je hond. In bepaalde situaties is het voor een hond bijvoorbeeld veel belangrijker om zich veilig te voelen dan om te eten. Daarom bekijken we per situatie wat je hond nodig heeft om te kunnen leren.

Kun je mij uitleggen wat training vanuit de 'natuur' betekent? Er wordt beweerd dat het niets met dominantie te maken heeft.

Leestijd: ca. 6 minuten.

Kort samengevat voor wie weinig tijd heeft:

  • Wij zijn mensen, geen honden: Echte 'natuurlijke' hondentaal (zoals minuscule mimiek en feromonen ruiken) kunnen wij als mens niet nadoen.
  • Het is een eufemisme: Achter vage marketingtermen schuilt vaak de achterhaalde dominantietheorie om intimidatie, angst en fysieke correcties te verbloemen.
  • Geen machtsstrijd: Wetenschappers zijn het erover eens: je hond strijdt niet om de alfa-rang.
  • Jouw lakmoesproef: Is een training gebaseerd op nare ervaringen zoals angst, intimidatie, schrik, frustratie of pijn? Dan moet je daar niet zijn.

Wordt je verteld dat een ruk aan de nek 'natuurlijke communicatie' is? Trap er niet meer in. Lees hieronder waarom je hond écht stopt met zijn gedrag en ontdek hoe je de marketingtaal herkent. 🐶 🫶

Voel je je aangesproken door concepten zoals opvoeden en trainen vanuit de 'natuur' of het 'natuurlijke instinct' van de hond? Ik snap dit heel goed; het klinkt fantastisch.

Maar laat de zachte taal eens weg en kijk wat er echt gebeurt. Gaat het bij zulke concepten wel echt om 'natuurlijk'? Natuurlijk gedrag onder honden betreft immers niet alleen conflictsituaties, maar voor het overgrote deel juist affiliatief en verzorgend gedrag.           

Leer je in zo’n training hoe je: 

  • Je hond natuurlijk begroet via een uitgebreide derrière-besnuffeling? Want honden doen dit immers ook zo onder elkaar.
  • Je puppy heel natuurlijk met je eigen tong schoonmaakt? Want de moederhond doet dit immers ook zo.
  • De binnenkant van de oren van je hond likt tijdens een allogrooming-sessie? Want dit doen honden onder elkaar.
  • Natuurlijk communiceert met een superfijne, minuscule mimiek van je ogen, oren en lippen? Om nog maar te zwijgen over het opzetten van een borstel of een specifieke staarthouding. Want honden geven zo grenzen aan onder elkaar.
  • Feromonen leert ruiken om olfactorisch heel natuurlijk met je hond te communiceren? Want honden doen dit immers ook zo onderling.

Klinkt dit volstrekt vreemd of als totale onzin? Precies. Wij zijn mensen, geen honden.

We kunnen niet zoals honden communiceren, ook niet in conflictsituaties. De kleine lettertjes van hun taal zijn veel te klein voor ons om na te kunnen maken.

De correcties die romantisch verpakt als zachte en natuurlijke communicatie goedgepraat worden (de hond lichamelijk blokkeren, strak aankijken en psychische druk opbouwen door dwingende lichaamshouding), zijn voor honden op zijn minst beangstigend, intimiderend en bedreigend.

En als we kijken naar de inzet van wurglijnen, goedgepraat als 'trainingslijn', is er simpelweg sprake van geweld door fysieke pijn en ademnood.

Geweld begint niet pas bij wat wettelijk verboden is. Een hulpmiddel dat vóór 2022 nog legaal was, wordt nu officieel gezien als dierenmishandeling. Het middel zelf is echter niet veranderd – een stroomhalsband veroorzaakte ook vóór 2022 al pijn, trauma’s en lichamelijk en psychisch letsel.

Kijk nu eens naar de realiteit van deze zogenaamde 'natuurlijke' methoden:

  • Denk je dat 'steun en leiding geven' of 'geborgenheid bieden' betekent dat je een levend wezen met een sliplijn wurgt?
  • Denk je dat het rukken aan een heel gevoelige plek waar zenuwen, bloedvaten, klieren, organen en luchtwegen doorlopen, een diervriendelijke 'training' is?
  • Denk je dat honden ernaar streven om door middel van intimidatie, angst, schrik of pijn opgevoed te worden? Dat ze dit nodig hebben om een goed leven te leiden? Dat ze hierdoor een vertrouwensband opbouwen?
  • Denk je dat een dier, dat met een superfijne en heel subtiele lichaamstaal communiceert, zich niet geïntimideerd en bedreigd voelt door mensen die 'ruimte claimen', hem lichamelijk begrenzen en druk uitoefenen?
  • Denk je dat respect hebben gelijkstaat aan angst hebben?
  • Word je verteld dat het trainen met voer onnatuurlijk is, omdat de moederhond dit immers ook niet doet? Het delen en aanbieden van voedsel is in de natuur juist een van de belangrijkste uitingsvormen van zorg- en hechtingsgedrag. Hoe natuurlijk wil je het hebben?

Trouwens, wat betekent een 'natuurlijke' omgang met een dier dat door de mens al duizenden jaren doelgericht is gefokt om te voldoen aan menselijke behoeften en eisen? Een dier dat bovendien leeft in een wereld die vooral voor mensen gemaakt is, met menselijke regels die voor honden vanuit hun perspectief vaak nergens op slaan?        

In hondentrainingsland kan 'natuurlijk' heel positief bedoeld zijn, maar meestal is het een eufemisme om onvriendelijke dingen – en vaak zelfs geweld – te verbloemen.

Achter de moderne marketingterm 'natuurlijk leiden' staat de helemaal niet natuurlijke, maar door mensen in de jaren 60 bedachte en ondertussen al lang weerlegde ideologie van onderwerping: de dominantietheorie.

Je wilt het beste voor je hond. Als een trainer tegen je zegt: "Kijk, deze ruk aan zijn nek was geen straf. Je hond is nu kalm en voelt zich op zijn gemak. Hij heeft de leiding opgelucht uit handen gegeven omdat jij jouw verantwoordelijkheid als leider bent nagekomen." – dan begrijp ik heel goed dat je dat gelooft. Onbewust heb je in je achterhoofd waarschijnlijk ook zoiets van: "Ja, over die alfaleider en de hiërarchische structuren binnen een roedel heb ik ooit wel eens wat gehoord." Deze aanpak klinkt dus logisch voor je.

Het biologische feit is echter dat je hond in het samenleven met jou en je sociale omgeving niet streeft naar macht of leiderschap. De motivatie voor zijn gedrag komt niet voort uit de wens om de leiding over te nemen. Honden leren volgens de wetten van de operante en klassieke conditionering: Het brein van je hond koppelt prikkels in zijn omgeving en zijn eigen gedrag aan prettige of onprettige consequenties en aan emoties.

Wereldwijd zijn gedragswetenschappers het er voor 99% over eens dat de alfa-tot-omega-structuur niet geldt voor honden – en zelfs niet eens voor wolven, de diersoort waar de theorie oorspronkelijk vandaan kwam.

Ook al verzinnen trainers nog 1000 mooie woorden en eufemismen, de realiteit blijft hetzelfde: als een hond zijn gedrag onderbreekt omdat de mens assertief en met 'leiderschapsenergie' optreedt, is dat niet omdat de hond opgelucht de leiding en verantwoordelijkheid overdraagt. De hond ervaart de lichaamstaal van de mens en de daaraan gekoppelde negatieve ervaring als een bedreiging. Hij vertoont conflict vermijdend gedrag en kalmerende signalen om schade voor zichzelf te voorkomen.

Dit heeft dus niets met magie of een speciaal talent voor honden te maken. Wat we hier zien, is hoe de door de wetenschap ontdekte en ontrafelde leerprocessen zich in de praktijk uiten.

Een hond leert bijvoorbeeld dat er op een bepaald gedrag iets onprettigs volgt – zo onprettig, dat hij dit in de toekomst wil vermijden. Zijn angstsysteem onthoudt belangrijke voorspellingssignalen om hem te beschermen en hem vroeg genoeg te laten reageren om die nare ervaring te voorkomen.

Als je deze leerprincipes (positieve straf met daarna negatieve bekrachtiging) eenmaal begrijpt, en een trainer beweert bij het bovengenoemde voorbeeld: "Deze methode werkt zonder correctie. Kijk maar, een opgetrokken wenkbrauw is al voldoende. Dit kun je toch geen intimidatie noemen!" – dan trap je er niet meer in.

Waar trainers de dominantietheorie nu nog verstoppen achter de 'juiste energie', 'natuurlijk leiderschap' of 'natuurlijke relatie met je hond', is de volgende verpakking weer net even anders – wel met exact dezelfde kern. 

Maar je hebt nu een alarmlampje dat jouw lakmoesproef is voor elk trainingsconcept: 

⚠️ Is een training gebaseerd op nare ervaringen zoals angst, intimidatie, schrik, frustratie of pijn? – Dan moet je daar niet zijn.

Het doel van deze tekst is geen concurrentie-bashing en het is ook geen meningsverschil over de beste methoden. Mijn doel is dierenbescherming.

Op wetenschap gebaseerde informatie beschermt honden tegen geweld. Zolang mensen geloven dat honden naar macht en leiderschap streven, dat ze ons uittesten, niet serieus nemen, voor de gek houden of voor schut zetten, zal geweld in hondentraining worden omgedoopt tot 'noodzakelijke opvoeding'.

Ik hoop dat deze biologische ontmanteling van het hondenfluisteren je helpt bij je zoektocht naar een passende trainingsweg voor jou en je hond. Want ik kan me heel goed voorstellen dat het tegenwoordig voelt als een methoden-jungle, waarin de ene trainer nog luider roept dan de andere en je door de bomen het bos niet meer ziet.

Er is een methodenwaan in Nederland – iedere trainer beweert een eigen methode te hebben. 'Methode' betekent hier echter niet dat ze het wiel opnieuw hebben uitgevonden.

🐶 🧠 Leren volgt specifieke regels, die door geen enkele trainingsmethode ter wereld te veranderen zijn. 🐶 🧠

Je kunt niet zeggen: "Ik heb methode XY uitgevonden en honden moeten nu volgens die methode leren." Het werkt precies andersom: Je moet weten hoe honden leren, de leerwetten begrijpen – en op basis daarvan een trainingsplan maken. De biologie is leidend – niet een marketingidee.

We hebben niet nog meer methodenamen nodig, maar meer kennis over hoe we wetenschappelijke inzichten over hondenwelzijn, hondengedrag en moderne training naar praktische handvatten vertalen.

Precies hier, op het raakvlak tussen theoretische kennis en de praktische uitvoering, is een vacuüm ontstaan dat telkens weer wordt opgevuld door de achterhaalde en schadelijke dominantietheorie, maar dan gecamoufleerd met andere namen.

Blijf vooral kritisch. Luister niet alleen naar de mooie woorden, maar kijk wat er écht gedaan wordt met de honden en hoe zij daarop reageren.

Is de hond die je daar ziet op het veld, op YouTube, Instagram of TikTok echt zo 'kalm en braaf' zoals de trainer beweert? Of is hij gewoon bang en durft hij niets meer te doen?

Hoe kan ik mijn hond meer respect leren? Mijn buurman zei dat mijn hond me niet serieus neemt.

Leestijd: ca. 5 minuten.

 Kort samengevat voor wie weinig tijd heeft:

  • Honden kennen geen 'respect': Het is een menselijk concept. Als je hond niet luistert, is dat geen onwil of uittesten.
  • Gedrag is complex: Het wordt bepaald door genetica, epigenetica, welzijn, context en leerervaringen. Er bestaat geen rang- of statusverhouding tussen honden en mensen, of tussen honden onderling.
  • Kijk altijd naar de echte oorzaak: Is je hond onzeker, bang, afgeleid of heeft hij het gedrag simpelweg nog niet goed geleerd?
  • Werk aan veiligheid, vertrouwen en heldere communicatie in plaats van vage concepten zoals 'respect', 'leiderschap' of 'mentaal overwicht'.

Wil je weten waarom de buurman er compleet naast zit? Lees dan hieronder het hele verhaal. 🐶 🫶

Luistert je hond niet en krijg je van je omgeving meteen het stempel dat je hond 'een loopje met je neemt'? Denkt de buurman dat je hond je niet serieus neemt? Na het lezen van deze tekst vind je dat zogenaamde 'respect' van je hond hopelijk niet meer belangrijk, en wil je het misschien niet eens meer bereiken.

Er bestaan twee betekenissen van het woord respect. Je kunt gerespecteerd worden uit bewondering en waardering. Denk bijvoorbeeld aan respect van je collega's omdat je je werk goed doet en veel kennis of talenten hebt.

Deze betekenis van respect is een menselijk, cultureel concept dat we van honden niet kunnen verwachten. Het vereist een complex moreel besef dat een hond niet heeft. We weten natuurlijk nooit echt wat een hond denkt of voelt, maar volgens neurobiologische inzichten is het niet eerlijk om van honden zoiets als bewondering, dankbaarheid of eerbied te verwachten.  

Bij de tweede betekenis van respect komen we al heel dicht bij de kern van wat mensen bedoelen als ze zeggen dat je hond je hoort te respecteren. Ook deze variant is een menselijk concept. Als respect meer in de richting van ontzag gaat, staat het voor onderwerping binnen een machtsverhouding. Het gaat over sociale structuren en hiërarchieën tussen mensen die ten onrechte geprojecteerd worden op honden.

Als je hond niet doet wat je van hem vraagt, concluderen mensen snel: "Hij heeft geen respect en ontzag voor jou!". Maar je kunt de subtekst ook lezen zoals die (onbewust) bedoeld is: je hond heeft niet genoeg angst voor jou.

En hier kom ik terug op het begin van deze tekst: is dat wel iets wat je moet willen?

Honden kennen het menselijke concept van respect niet. Ze vertonen gedrag omdat het

  1. prettige dingen oplevert (bijv. voedsel, comfort, veiligheid, sociale interactie, sensorische stimulatie) – of juist omdat het
  2. onprettige situaties beëindigt of voorkomt (bijv. onvriendelijke, bedreigende en grensoverschrijdende acties van hun mensen).

Een ingekrompen lichaamshouding (gewichtsverplaatsing naar achteren en beneden, staart tussen de poten, oren naar achteren en omlaag) en kalmerende signalen worden door mensen vaak als onderdanigheid of submissie geïnterpreteerd.

Dit is gebaseerd op verouderde ethogrammen. Een ethogram is een vertaling van de lichaamstaal van een dier; een soort 'gedragswoordenboek'.

Moderne ethogrammen kiezen voor beschrijvende en functiegerichte termen in plaats van traditionele begrippen zoals 'onderdanigheid' of 'submissie'. Deze oudere termen zijn sterk gekoppeld aan de achterhaalde dominantietheorie en leiden vaak tot vermenselijkte misinterpretaties.

Door gedrag te benoemen als de-escalatiegedrag of conflictvermijdend gedrag, blijft de focus liggen op wat de hond daadwerkelijk doet en ervaart: hij is bang en wil zichzelf beschermen.

Dus in onze context: Wil je dat je hond bang voor jou is en zichzelf tegen jou beschermt?

Je voelt het al aan. Ja, we bevinden ons bij onze speurtocht naar taalgebruik inderdaad weer in het moeras van de verouderde dominantietheorie: het idee dat honden met ons een machtsstrijd voeren en vechten om de alfa-rang. Het hele concept van dominantie bij honden is gebaseerd op een achterhaalde theorie die vanaf het begin een vergissing was, en waarvan de onderzoeker zelf in 1999 publiekelijk afstand heeft genomen.

Maar door tv-programma's (voornamelijk gebaseerd op Mexicaans pionierswerk) en socialmedia-algoritmen die geprogrammeerd zijn op drama, ramp en polarisatie, is dit concept heel moeilijk uit te bannen. Het blijft plakken als een diepgewortelde overtuiging die veel schade toebrengt aan honden én aan de relatie met hun mensen.

Gelukkig begrijpen steeds meer hondenbegeleiders dat 'dominant' geen karaktereigenschap van honden is en dat het hele rangorde-concept achterhaald is. Zoiets willen ze natuurlijk niet voor zichzelf en hun hond. Je leest dan ook op geen enkele hondentrainer-website dat er volgens de dominantietheorie getraind wordt.

Het feit dat iemand het d-woord vermijdt, betekent echter niet dat hij of zij er stiekem – bewust of onbewust – niet toch nog aanhanger van is. In plaats van te roepen: "Je hond is dominant!", hoor je nu: "Je hond heeft geen respect voor jou!".

De kernboodschap van de dominantietheorie blijft hetzelfde: lastig of ongewenst gedrag zou ontstaan door een verstoorde rangorde. Daarom zie je binnen deze visie als oplossing elke keer weer het herstellen van die rangorde, ongeacht om welk probleemgedrag het gaat. Ironisch wordt het pas echt als deze aanpak verkocht wordt als een 'unieke' methode.

Als je alleen de tool 'rangreductie' in je gereedschapskist hebt, ziet elk probleem eruit als een gebrek aan respect of leiderschap.

Deze tool wordt alleen zelden bij de echte naam genoemd. Soms hoor je "we werken aan leiderschap en mentaal overwicht", dan weer "we werken aan je energie" of "we werken aan respect en ontzag". Vaak moet je ook de relatie met je hond terug in balans brengen.

Gedrag is uiterst individueel en complex en laat zich niet verklaren vanuit één enkele oorzaak, al helemaal niet als die vermeende oorzaak ethologisch niet onderbouwd is.

Gedrag is een actie, geen karakterlabel. In plaats van gedrag te omschrijven als 'respectloos', is het veel constructiever om te observeren wat de hond daadwerkelijk dóét om vervolgens te analyseren wat de oorzaken zijn en waardoor het gedrag in stand wordt gehouden. Vanuit deze analyse plan je een passende aanpak met de juiste technieken en tools.

Met 'juist' bedoel ik: effectief én diervriendelijk. Er zijn technieken zonder gevaarlijke bijwerkingen. Het is absoluut mogelijk om aan probleemgedrag te werken zonder aversieve prikkels. De uitspraak dat je bij probleemgedrag 'gewoon even wat meer door moet pakken' is niet meer van deze tijd.

Als je door de biologische lens naar het gedrag van je hond kijkt, ben je zijn advocaat. Je verklaart wat hij doet (of laat) zonder menselijke cultuur en moraal. Het zou fantastisch zijn voor honden als alle hondeneigenaren deze lens zouden gebruiken. Dus geef hem alsjeblieft door aan bevriende hondenmensen!

In de relatie met je hond hoef je er niet naar te streven dat hij je respecteert, maar dat jij zijn veilige en voorspelbare rots in de branding bent.

En de volgende keer dat iemand tegen je roept: "Je hond respecteert je niet!" – haal dan diep adem, denk aan deze tekst en blijf eerlijk en geduldig met je hond. 🐶 🫶

 

Wetenschappelijke bronnen:

  • Mech (1999) – "Alpha status, dominance, and division of labor in wolf packs"
  • Bradshaw et al. (2009) – "Dominance in domestic dogs – useful construct or bad habit?"
  • Herron et al. (2009) – "Survey of the use and outcome of confrontational and non-confrontational training methods in client-owned dogs showing undesired behaviors"
  • Rooney & Cowan (2011) – "Training methods and owner-dog interactions: Links with dog behaviour and learning ability"
  • Bradshaw et al. (2016) – "Dominance in domestic dogs – A response to Schilder et al. 2014"
  • Vieira de Castro et al. (2020) – "Does training method matter? Evidence for the negative impact of aversive-based training on companion dog welfare"